Familie. Je wordt erin geboren en je moet het ermee doen, veel keuze is er niet. Ik besef hoe langer hoe meer dat ik niet meteen in een doorsnee gezin ben opgegroeid. En ik begrijp ook hoe langer hoe beter waarom er af en toe tegen mij wordt gezegd dat ik er eentje ben met een serieuze hoek af. Klopt helemaal. Het is me met de paplepel ingegeven.
Mijn vader is een tijdlang niet gewoon actief geweest bij de scouts: hij was zowat de scouts. Hij was er zodanig mee bezig dat heel het gezin bij tijd en wijlen mee op sleeptouw werd genomen. Zo ook op een dag toen mijn vader thuis kwam met de vraag of mijn moeder spaghettisaus wilde maken voor – ik vermoed – de leiding die op weekend vertrok.

Mijn moeder kookte graag ‘s avonds laat in alle rust als haar dochters al in bed lagen en haar echtgenoot of voor de televisie hing of nog aan het rondvliegen was voor “zijn” scouts. In alle rust deed ze dan ook haar kunstgebit uit zodat haar tandvlees even niet te lijden had van de haken die het kunstgebit op de plaats dienden te houden. Alleen legde ze dat kunstgebit dan niet veilig weg maar gewoon op de vensterbank die aansloot op het aanrecht.
Toen ik ‘s ochtends opstond kwam de geur van verse spaghettisaus me al tegemoet in de gang. Ik wist meteen dat mijn moeder waarschijnlijk nog tot halverwege de nacht in de weer moest zijn geweest.
In de keuken stootte ik op een vreselijk geïrriteerde moeder. Haar gezicht sprak zodanig boekdelen dat ik meteen wist dat het geen ochtend was om ambetante vragen te stellen. Ik bekeek met enige verwondering hoe ze letterlijk alles op het aanrecht centimeter per centimeter verschoof en terug plaatste. Vervolgens de vensterbank. En nog eens de vensterbank. En opnieuw het aanrecht. Daarna werd elk stukje afval in de vuilbak nauwgezet gefouilleerd. Ook de kleren in de wasmachine werden meermaals binnenstebuiten en buitenstebinnen gedraaid. En om een voor mij onbegrijpelijke reden werd de spaghettisaus meermaals opnieuw omgeschept, overgegoten in andere potten om uiteindelijk terug in de grote pot te eindigen en opnieuw omgeschept te worden.
Mijn vader vertrok tegen de middag met zijn pot spaghettisaus op scoutsweekend, niet begrijpend waarom hij een donderwolk van een vrouw achterliet.
Later die dag kwam de buurvrouw langs voor een kop koffie en hoorde ik mijn moeder vertellen hoe ze tot het ochtendgloren op zoek was geweest naar haar kunstgebit, ook de hele dag nog niets anders had gedaan en de spaghettisaus tot in den treure had omgeschept en overgegoten. Haar kunstgebit was blijkbaar in rook opgegaan. En dan was er toch nog steeds de stress dat dat kunstgebit alsnog te voorschijn zou komen in het bord van iemand van de scoutsleiding. Ze had er blijkbaar niets over gezegd tegen haar wederhelft.
Opluchting alom toen mijn vader terugkwam van zijn weekend. De spaghettisaus had zoals gewoonlijk heerlijk gesmaakt, er was geen hapje van overgebleven. Ook geen kunstgebit.
Enkele dagen later volgde opnieuw een bizar tafereel. Toen ik thuiskwam zat mijn moeder op haar knieën voor de verwarmingsketel. De verwarmingsketel was er eentje die ofwel gewoon automatisch op mazoet draaide ofwel zelf gestookt kon worden met kolen of hout. Mijn moeder gooide er met regelmaat van de klok ook haar keukenafval in. Ze was heel voorzichtig de laatste verkoolde resten uit de verwarmingsketel aan het zeven. Heel zorgvuldig, heel secuur. Zolang totdat er uiteindelijk twee haken in de zeef bleken te liggen …