Het overkomt iedereen wel eens, of dat hoop ik toch. Even teveel aan je hoofd, even te druk, even compleet opgeslorpt door de ratrace van je eigen leven. En dan gebeuren er al eens ongelukken. In mijn geval, geen dramatische maar wel eentje die waarschijnlijk de geschiedenis van mijn leven in zal gaan als stommiteit eerste-klas.
Na een redelijk chaotisch drukke dag op het werk, besloot ik in de late namiddag om Kwatta snel nog even zijn dagelijkse wandel te geven alvorens ik om zeven uur bij de kine werd verwacht. Ik zwierde mijn Engelse Cocker in de auto en reed met hem naar de parking aan de Hansbrug.
Als je krap bij tijd zit, is dit een ideale wandeling. Heerlijk even weg van de wereld met earbuds in en je favoriete playlist op repeat. Eerst word je op het jachtpad langs de Dijle beloond met kabbelend water, een heerlijk briesje en een stralend blauwe lucht op zonnige dagen. Daarna duik je aan de Highland koeien terug de weien in om vervolgens aan de bunker te beslissen of je terugloopt naar de parking of alsnog een extra blokje (wei eigenlijk) erbij neemt.

Ik besloot om voor het ommetje te gaan. Met mijn gedachten ergens op half zeven kwam ik aan op het punt waar ik links af moest om terug bij de auto te raken. Lag het aan dat heerlijk nummer dat net op dat moment door mijn oren schalde? Was het de schapenwei die ik net gepasseerd was en waar ik mijn pasgeboren “zwart schaap” niet meteen kon vinden? Mijn brein was in elk geval met heel andere dingen bezig dan de terugweg naar de Hansbrug. Onbewust sloeg ik rechtsaf en vroeg me af of ik terug zou lopen via het dorp of via de woonwijk. Het werd de woonwijk. Halverwege keek ik voor de zekerheid nog eens of de timing nog steeds in orde was. Ondanks het feit dat het later was dan ik had verwacht, was ik me nog steeds van geen kwaad bewust en zette ik er nog wat steviger de pas in.
Even na half zeven stond ik op mijn oprit, gelukkig nog net op tijd. Terwijl ik Kwatta van de lijn haalde, vroeg ik me stomverbaasd af waarom mijn wagen niet op de oprit stond. Dat kon toch niet? Langzaamaan bekroop me een ongemakkelijk gevoel. Was mijn wagen echt gestolen uit mijn achtertuin? Had mijn zoon de wagen even geleend zonder me daar wat van te zeggen? Of was ik vergeten dat ik mijn wagen aan de voordeur had geparkeerd? En nog steeds drong de realiteit niet tot me door.
Nadat ik effectief had vastgesteld dat de auto ook niet aan de voordeur stond, ging heel even het licht uit. Een enkele seconde maar, om vervolgens in alle helderheid terug aan te knippen en de Hansbrug op mijn netvlies te projecteren.
De gedachtentrein die toen met een rotvaart op gang kwam, was niet te stuiten. Ik had nog welgeteld vijfentwintig minuten om bij de kine te raken. Of me dat gelukt is? Ja, toch wel. Een van mijn inderhaast verstuurde WhatsAppjes werd opgepikt door een vriendin die me halverwege mijn wandeling – opnieuw richting Hansbrug – oppikte met de wagen en me vervolgens afzette waar ik eigenlijk een half uur ervoor had moeten arriveren. De lach op haar gezicht toen ik uitstapte en ze me vroeg: “Je hebt je autosleutels toch mee?” sprak boekdelen.