
Mijne favoriete hoekje in huis is sinds enkele dagen zonder enige twijfel de keldertrap. Voor alle duidelijkheid: mijn keldertrap bestaat uit twee delen en heeft van bovenaf gezien een U-vorm. Om in de kelder te raken, loop je dus eerst een tree of vijf af, sta je vervolgens op een tussenstuk om daarna nog eens een tree of vijf, zes af te moeten in tegengestelde richting voor je helemaal beneden bent.
Zoals het ieder huis betaamt dat in de vorige eeuw vlak na de oorlog werd gebouwd, werden er op dat tussenstuk grote legplanken geïnstalleerd: de goeie ouwe voorraadkast (kast met een beetje fantasie wel te begrijpen).
Daar, op één van die planken, staat sinds maandag een grote bokaal te pronken, voor de helft gevuld met citroenschillen en voor drievierde gevuld met (pure) alcohol. De alcohol kon na een nachtje eigenlijk al geen pure alcohol meer genoemd worden want die had door de aanwezigheid van de citroenschillen ondertussen al een mooi citroengeel kleurtje gekregen. Limoncello in the making …


Die kleur fascineerde me zodanig dat ik de avond erna niet snel genoeg aan de appelsienen kon beginnen die ook meegekomen waren van mijn bezoekje aan Manuela. Ik was tot afgelopen zondag in de verste verte niet van plan om me ook nog eens aan arancello te wagen maar de appelsienen zagen er zo mooi uit en Manuela wist ze zo schitterend aan te prijzen dat ik uiteindelijk dus ook met een kilo of twee appelsienen naar huis ben gekomen.
Dus zat ik ‘s avonds na het avondeten opnieuw aan de keukentafel met de dunschiller en het aardappelmesje in de aanslag om de appelsienen van hun jasje te ontdoen en er voor te zorgen dat er ook hier zo weinig mogelijk witte pel aan de binnenkant van de appelsienen zou blijven hangen voor ze de pot met alcohol in gingen. Ik had de avond voordien nochtans gezworen dat die appelsienen niet voor de eerstkomende dagen gingen zijn. Wat een mooi kleurtje al niet kan doen met een mens …
En deze morgen?
Oooooooh jawel! Een nachtje rust had ook bij de appelsienschillen de alcohol prachtig mooi doen kleuren.
Ze mogen daar nog een week of drie op hun gemak blijven staan, die potten. Ik zal zonder enige twijfel een aantal per dag wel eventjes gaan kijken naar die mooie kleurtjes en de potten eens voorzichtig schudden. Ondertussen ben ik ook al te rade gegaan bij mijn agenda om te zien wanneer Pasen valt dit jaar. Door al die mooie kleurtjes in de kelder is het paasgevoel bij mij nu ook al beginnen kriebelen. Liefst zou ik vandaag nog wat hardgekookte eieren beginnen kleuren.
Eieren kleuren? Ja toch wel. Wat voor de Poolse kant van mijn familie een heel normaal gegeven is, heeft bij veel van mijn vrienden en kennissen al wel vaker gefronste wenkbrauwen en instant gegibber veroorzaakt. Maar dat verhaal is voor een volgende blogpost.