Bye bye Ginger, Say hello to Gringo

Al jaar en dag maken kippen deel uit van ons gezin. Ik zou ze voor mijn eigen gemoedsrust eigenlijk beter als “meubilair” beschouwen, misschien dat dat het verdriet wat verzacht zou hebben in de jaren dat marters of vossen zich bij ons tegoed kwamen doen aan één of meerdere van onze pluizenbollen.

De aanschaf van een elektrisch deurtje heeft het leed uiteindelijk aanzienlijk verminderd maar toch …

Zo was er ooit die stroomonderbreking tijdens een mooie lentenacht.
Hoe lang die geduurd heeft (de onderbreking, niet de nacht), kan ik niet meteen inschatten maar ik moest die ochtend wèl tot mijn ontsteltenis vaststellen dat het net lang genoeg was geweest om de vos toe te laten een laattijdig en oversized kerstdiner te fixen voor vrouw en kinders.
We hadden er nochtans bewust voor gekozen – én helse moeite voor gedaan – om het deurtje “op den ellentriek” aan te sluiten want stel je voor dat die batterijen op een nacht zouden plat gaan of uitlopen.
Batterijen dus sinds dat ogenblik én de schrik dat we ooit niet op tijd in de gaten zouden hebben dat de batterijen aan vervanging toe zijn.

Nu ja, onze nieuwe haan Axl (een mooie rooie met véél kapsones) bleek op een warme zomeravond niet snel genoeg in de gaten te hebben dat het tijd was om op stok te gaan. ’s Ochtends stonden de hennen te trippelen van ongeduld voor hun ontbijt, zich van geen enkel kwaad bewust, maar van Axl was geen spoor. Die bleek even later in een hoek van de ren te liggen, met ongeveer een halve meter tussen zijn kop en zijn lijf en leden. RIP Axl dus. Ik hoop dat hij niet te lang heeft staan knockin’ on heaven’s door.

Nadat ook Mixie een appelflauwte kreeg door de hitte van vorige zomer, werd het hoog tijd om de familie terug aan te vullen met jong grut, alleen gooide de vogelgriep en het hiermee gepaard gaande verbod om gevogelte te vervoeren vervolgens roet in het eten.

Begin mei van dit jaar konden we eindelijk twee nieuwe hennen verwelkomen: een jong Buffke die zodanig oranje van kleur was dat we niet anders konden dan haar Ginger noemen en Patsy, een goudpatrijsje.

Naarmate de maanden verstreken groeide en bloeide ons Ginger maar de laatste weken begon het toch wel op te vallen dat ze steeds “voluptueuzer” werd en heel wat steviger was dan onze andere cochin krieltjes.
God ja, wat maakte het ook uit, mensen zijn er toch ook in alle vormen en maten?
Nog meer bedenkingen kwamen op de proppen toen ik een week of twee geleden eitjes ging rapen en ons Ginger pogingen hoorde ondernemen om te kraaien …

Ik vroeg me meteen af of ik met zo’n hen zat die meende dat ze de functie van haan moest waarnemen, want blijkbaar gebeurt dat in kippenhokken waar er geen haan de dienst uimaakt. Als dat inderdaad het geval was, dan deed ze in elk geval wel bijzonder goed haar best.

Ook vanmiddag kon ik me opnieuw niet van de indruk ontdoen dat de kam en de lellen van ons Ginger toch wel heel erg groot werden. Ik kon het niet laten en heb toch maar een berichtje gestuurd naar de “kippenman” van wie ik in mei Ginger en Patsy geadopteerd heb, samen met een filmpje waarop Ginger haar eerste schuchtere pogingen ondernam om uit volle borst te kraaien. Ons vermoeden dat ons Ginger geen hennetje was werd algauw, zonder enige vorm van twijfel, bevestigd.

Ginger is vanavond omgedoopt tot Gringo. Als ons meiske de stoere vent wil uithangen, dan verdient ze ook een naam die status waardig. Bye bye Ginger, say hello to Gringo!

Plaats een reactie