De Hoge Hilt, Zoutelande. Jaren geleden, lang voordat Bløf het samen met Geike tot toeristische trekpleister bombardeerde, was dat het strand waar we op de meest broeierig hete dagen van augustus naartoe trokken met de kinderen als we zin hadden in een dagje zee. Geen drommen volk die ongegeneerd hun handdoek over die van jou legden wegens plaatsgebrek, maar wel een uitgestrekt strand zo ver als het oog kon reiken. Je had je persoonlijke vierkante kilometer plaats gewoon voor het kiezen met her en der verspreid op de vloedlijn, dikke zware rotsachtige stenen die een schat aan krabbetjes verborgen hielden.
Na – in mijn ogen – urenlang krabbetjes zoeken met mijn twee overenthousiaste jongetjes, plofte ik eindelijk neer op mijn badhanddoek. Even rust, even op het gemak lezen wat de krant te vertellen had. OngeĂŻnteresseerd bladerde ik door het buitenlands en binnenlands gepalaver over de zoveelste politieke crisis, op zoek naar wat lichter verteerbare berichtgeving.

“Hé, die ken ik!”, was mijn eerste reactie toen een paar fonkelende blauwe ogen en een stralende glimlach omhuld door prachtige blond-bruine lokken me plotseling toelachten vanop de middenpagina’s van de weekendkatern.
Ik weerstond de drang om meteen in het artikel te gaan zoeken naar haar naam omdat haar sprekende ogen me té bekend voorkwamen, al wist ik meteen ook dat ik ergens “lang geleden” moest gaan zoeken.
En daar stond ze opeens terug op mijn netvlies gebrand: 2 handen op de rug, zachtjes leunend tegen de muur, achter de kaas- en charcuterietoog van de Italiaanse groentewinkel van haar vader, heel schuchter en enigszins verlegen maar met diezelfde doordringend blauwe ogen en mega-glimlach die me nu zoveel jaren later op het strand toelachten: de 12-jarige dochter van Nino, de “Italiaanse groenteman” van thuis om de hoek.
Het artikel bevestigde meteen dat mijn vermoeden juist was en vertelde er meteen ook bij hoe Manuela enkele jaren na het overlijden van haar papa besloten had om zijn werk verder te zetten: tijdens de zomermaanden kwamen er wekelijks vrachtwagens vol met San Marzano tomaten afgezakt naar Genk om alle Italianen Ă©n alle andere passata-gekke nationaliteiten van heinde en ver, overheerlijke, verse, zongerijpte tomaten aan te bieden voor – nu nog steeds – een appel en een ei.
Enkele weken later stond ook ik in Genk aan te schuiven voor mijn gereserveerde kistjes met tomaten. “Hé, jou ken ik! Dat is lang geleden, hoe gaat het?” Het was een déja-vu van wat mij enkele weken daarvoor overkomen was.
Op dat moment heeft een nieuwe traditie het levenslicht gezien: passata maken Ă la Manuela.
Nog een kleine week en dan is het weer zover: passata forever!

Mmm verlekkerd 🍅🍅🍅 en benieuwd! Mooi geschreven weer maatje xx
LikeLike
Een stukje van jouw leven dat je met ons deelt. Een stuk van jouw passie, koken. Fijn om te lezen. Ik voel je enthousiasme! Succes met de tomaten; straks bij de verwerking ervan en in de winter wanneer je ze vindt om op te smullen!
LikeLike
Mooi geschreven! Je ziet de wereld is klein… Tof dat je de traditie verder zet, samen met zoveel andere :-).
LikeGeliked door 1 persoon