Ik loop me sinds vanavond weer af te vragen of er nog meer mensen net zoals ik last hebben van ZZAZ, de zaterdag- en zondagavondziekte.
Dat ik er zelf verschrikkelijk veel last van heb is al jaar en dag duidelijk, vooral in de maand juni wanneer de tinten rood in de tuin niet te overzien zijn door de invasie van aardbeien, frambozen en aalbessen. Om nog maar te zwijgen van de donkerpaarse bessen die een dag of tien later volgen …

Het moment dat je jezelf erop betrapt dat je twaalf-en-dertig keer per dag naar de aalbessen in de tuin gaat kijken om te zien of ze al mooi helderrood zijn, is zonder enige twijfel het begin van de ZZAZ-uitbraak.
De volgende fase van de ziekte manifesteert zich wanneer je op een namiddag – meestal in het weekend – nonchalant naar de tuin wandelt om een keertje te bekijken hoe ver dat emmertje dat je “per ongeluk” hebt meegenomen, gevuld zou raken. Om vervolgens twee uur later in de keuken jezelf te verwensen omdat die wasbak toch écht niet tot aan de rand toe vol moest. Maar ja, gedane zaken nemen geen keer dus de besjes krijgen een badje, de onrijpe besjes, blaadjes en beestjes worden er tussenuit gevist en al wat goedgekeurd is voor de dienst gaat de ontsapper in. Dat dat ook geen bezigheid is van een minuut of tien, lijkt me redelijk duidelijk, vandaar dat de ZZAZ haar hoogtepunt pas tijdens de avonduren kent. Van zodra het avondeten en de afwas achter de rug zijn, kan er dus gelei gemaakt worden. “Effe snel” is ook hier niet aan de orde, al gebiedt de eerlijkheid me om toe te geven dat ik dat gelei maken tot een zo goed als heilig proces van vaste waarden heb verheven. Al een geluk dat er – ook dit jaar – in juni nooit wat op TV is 😉
Ik ken alvast één persoon wiens donkere gekrulde lokken net steil omhoog zijn gaan staan door mijn laatste opmerking. Ik weet dat zij weet dat ik het alléén maar over haar kan hebben dus als ze reageert, kan ze als goedmakertje op een potje vers gemaakte aalbessengelei rekenen.